De ondergang van betaald voetbal?

De ondergang van betaald voetbal?

Voetbal is een leuk spelletje waarbij het de bedoeling is dat een team van spelers de bal middels goed samenspel in het net van de tegenstander schopt. Het team dat dit minimaal één keer vaker doet dan de tegenstander heeft gewonnen. Tot zover even de nuchtere feiten omtrent het spel dat miljoenen mensen wereldwijd in vervoering brengt. Maar daar waar de liefhebber zich verlustigt aan het sportieve element van het fenomeen voetbal is  deze belangrijkste aller bijzaken in het leven verworden tot een ongekende en bijkans surrealistische miljoenenindustrie. Wellicht niets mis mee, ware het niet dat het internationale betaalde voetbal een steeds grotere zeepbel wordt, die eerdaags uit elkaar gaat spatten. Het nieuws dat alleen al in Nederland 20 van de 36 betaald voetbal organisaties (BVOs) op de rand van de afgrond balanceren, is één van de vele tekenen aan de wandvoor wie het wil zien tenminste. De pijnlijke werkelijkheid dat het succes van je favoriete club indirect niet meer bepaald wordt in het veld maar door het geld, is nog niet aan iedereen besteed. Bij ongewijzigd beleid klapt de hele handel binnen enkele jaren uiteen en is voetbal weer wat het in de kern is: een leuk spelletje.

Het internationale betaalde voetbal is een merkwaardig netwerk met haar eigen economische wetten. Maar laten we vooral eerst de Nederlandse situatie maar eens nader beschouwen. Groot was de sensatie toen medio zestiger jaren de eerste spelertransfers tot stand kwamen: een rasechte Amsterdammer speelde niet meer vanzelfsprekend voor Ajax, maar bij de club die hem het meest lucratieve aanbod deed. Al snel veranderde het totaalbeeld. Was er bij pakweg FC Utrecht al snel geen Utrechter meer te bekennen, binnen enkele jaren was er bij FC Utrecht al helemaal geen Nederlander meer te bekennen. Deze voortdurende rondedans van voetballers heeft er toe bijgedragen dat het originele clubgevoel verdwenen is, en dat een prestatie van FC Utrecht niet te danken is aan Utrechters, maar aan een verzameling spelers uit alle windstreken die door slim inkoopbeleid van het management de  gewenste prestatie levert.

Tot zo ver nog altijd niets ernstigs aan de hand. Maar nu komen we bij de economische voetbalwetten, die ten grondslag liggen aan de transfers en uiteindelijk de sportieve prestaties zijn gaan bepalen. Het principe is heel simpel: als je goede resultaten wilt boeken, heb je goede spelers nodig. Die moeten óf uit eigen kweek worden opgeleid, óf ingekocht. Het eerste is gunstiger dan het tweede, want het tweede kost geld. Daar moet je in je begroting rekening mee houden. Die kun je echter alleen opschroeven door goede spelers te verkopen, zodat er geld binnenkomt voor de aanschaf van andere goede spelers.  Maar door de verkoop van goede spelers loop je het risico dat de prestaties minder worden. Met het verkregen geld moeten dus nieuwe goede spelers worden aangekocht. Goede spelers komen echter alleen wanneer de salarissen hoog liggen, en dus moet de begroting hiervoor naar boven worden bijgesteld. En dat kan alleen wanneer er geld binnenkomt, en jaweldat gebeurt door de verkoop van goede spelers. En zo zitten de BVOs  volkomen klem in een vicieuze cirkel en valt er door de talloze transfers geen team meer te bouwen, die voor langere termijn een succes kan vasthouden, daarvoor is het verloop van de vedetten te groot geworden.

In de Nederlande situatie (en in die van vele landen) is succes dus afhankelijk geworden van de mate waarin clubs in staat zijn goede spelers aan te kopen en vast te houden, maar omdat clubs uit grote voetballanden als Spanje en Italië veel hogere begrotingen hebben, is dat een lastige opgave en zien we het stelselmatige beeld van spelers die Nederlandse clubs als springplank gebruiken voor grotere buitenlandse clubs. Het gevolg is dat we steeds met de mindere goden moeten werken. En dat heeft weer tot gevolg dat de prestaties in toenemende mate achterblijven bij de grote buitenlandse clubs en het steeds moeilijker wordt de lucratieve Champions League of in mindere mate de Europa League te halen. De bedragen die daar worden verdiend gaan dus grotendeels aan onze neus voorbij, met als gevolg minder inkomsten tegenover steeds meer inkomsten voor de clubs die zich daar wél handhaven. En dat heeft weer tot gevolg dat met deze verminderde inkomsten minder goede spelers gehaald kunnen worden, waardoor er weer verkocht moet worden om toch nog geld binnen te halenen zo is de cirkel rond. Dit betekent niets anders dan dat de rijke clubs (zoals Real Madrid, FC Barcelona, Internazionale) steeds rijker en dus succesvoller worden en de subtop (zoals Ajax, PSV, Anderlecht, Olympique Lyon, Borussia Dortmund) steeds meer het nakijken heeft. Het voetbal is daarmee voorspelbaar geworden, op basis van de begrotingen die de verschillende clubs tot hun beschikking hebben.

Maar daarmee is de kous nog niet af, hoewel dit alles vanuit sportief oogpunt natuurlijk al dramatisch is, zelfs voor de grote clubs. Want hun grootheid bestaat alleen bij de gratie van mindere grootheden, en wanneer het verschil te groot wordt ontstaat er een soort inflatie van het succes der groten.

Er is echter zoals gezegd nog meer aan de hand. In toenemende mate kampen clubs met financièle problemen. Die zijn het directe gevolg van de hiervoor beschreven gekte, waarbij iedereen zichzelf heeft klemgezet in het systeem dat alleen de duurste aankopen succes verzekeren. Daarmee heeft menig club op alle niveaus in Europa desastreuze gaten in de begroting. De gevolgen zijn duidelijk:  gemeenten moeten bijspringen(lees: de belastingbetaler), soms met het gevolg dat subsidies voor amateurverenigingen worden stopgezet. In elke bedrijfstak zou dit hebben geleid tot faillissement of tot maatschappelijk protest (wie gaat er meebetalen aan de redding van een autobedrijf als deze door financieel onverantwoord beleid over de kop gaat?), maar zo niet bij Koning Voetbal. Opvallend is de kortzichtigheid van liefhebbers, die massaal in het geweer komen als clubs teneinde zich te redden willen fuseren (zie Roda JC/ Fortuna Sittard). Het is de sportieve emotie van de fans versus de boekhouders van de clubs, waarbij schrijnend duidelijk wordt hoe de sportieve beleving van de fans haaks is komen te staan op de harde financiële feiten van bestuurders.  Nu liep het nog goed af (dankzij de welwillendheid van gemeenten cq de onbewuste welwillendheid van de belastingbetaler), maar dit gaat echt eerdaags volkomen fout.

De KNVB heeft nu ingegrepen bij verschillende clubs door vóór aanvang van de competitie clubs met grote schulden punten in mindering te brengen. En dát is de uiteindelijke doodsteek van het sportieve element in voetbal. Het kan nu zomaar gebeuren dat de best presterende club geen kampioen wordt omdat het gestart is met een aantal punten minder, en dat op basis van slecht financieel beheer. Op deze wijze kun je de competitie wel afschaffen en vervangen door een wedloop van besturen met de best sluitende begrotingen.

Het beeld is zorgelijk, maar niet uitsluitend Nederlands. In de ons omringende landen ontstaan dezelfde problemen, en de grootste clubs van Europa, zoals Real Madrid, dreigen ook in de problemen te komen. Om de eenvoudige reden dat de bedragen die er in omgaan inmiddels zo astronomisch hoog zijn geworden, dat dit niet langer meer is vol te houden en het hele systeem dat betaald voetbal heet daadwerkelijk ten onder dreigt te gaan. Het probleem hierbij is dat het tij moeilijk te keren is, tenzij de UEFA en de FIFA kunnen komen tot een totaal andere opzet van spelertransfers. Maar de belangen zijn bij spelers, spelermakelaars en voetbalbobos zo immens, en hun macht in het voetbalbolwerk zó groot, dat dit waarschijnlijk een onmogelijke opdracht zal blijken.

En dus modderen we nog maar voort in de dollemansrit van de voetbalmiljoenen en maken wij onszelf wijs dat de successen van onze favorieten nog wel zullen komen, mits we de juiste spelers hebben. De successen zullen niet komen, en met de val van kleine clubs, zullen de wat groteren worden meegesleept, vervolgens de subtop en uiteindelijk de absolute top. Wat op mondiaal niveau resteert zijn vooral de werkelijk sportieve evenementen rondom landenteams (WK en EK), waarbij van transfers geen sprake is, doch waarbij dan weer gewaakt moet worden dat de megalomanie niet bij organiserende overheden al te veel  in de kop slaat. De toekomst van het voetbal ligt echter in haar verleden:  het amateurvoetbal, dat het product voetbal terug brengt tot wat het in de kern is: een bijzonder amusant spelletje.